Website van Bert Blaauw     Website van Bert Blaauw
Genealogie en Watersport

 
Home | - De Genealogie - | Mijn schrijfseltjes | Nog iets nieuws onder de zon

 





Als 't kind maar een naam heeft...

 

Na de Tweede Wereldoorlog zijn veel tradities over boord gezet die als ouderwets, oubollig of niet meer passend in de moderne tijd werden gevonden.

De 'ongeschreven wetten' voor de naamgeving van de kinderen werden dan ook aangepast, waardoor grootouders en verdere verwanten niet meer werden 'benoemd' en heden ten dage de jonggeboren schaapjes door het leven moeten gaan als Dagmar, Yvette en Fabian.

Zij weten niet welke voordelen hun neusjes op oudere leeftijd mogelijk voorbijgaan. Immers, bij de verdeling van een nalatenschap waarbij een naamzieke oom of tante is betrokken zou de naamdrager van de overledene iets extra kunnen worden toegedeeld (of toegescheiden zoals het dan vaak heet).

 

Een persoonlijk voorbeeld:

Al ver vr mijn geboorte in 1937 stond vast dat - ongeacht het geslacht - mijn voornaam Berend(ina) zou worden. Immers: mijn grootvader van vaders zijde was een Berend en mijn grootmoeder van moederszijde was een Berendina.

Mijn ouders konden niet anders; hun ouders waren recht in de 'benoemingsleer'.

De geboorte van mijn zuster in 1939 zorgde echter voor familiale problemen.

De kraamvrouw vond n Berend in het gezin al erg genoeg en de beoogde 'Berendina' werd dus Marianne genoemd; een niet in de familie voorkomende naam.

In het begin keurden moeders ouders 't kind nauwelijks een blik waardig en wilden zelfs niet op kraambezoek komen, wat later gelukkig bijtrok.

Na de oorlog werd er bij de geboorte van de volgende dochter Aletta geen probleem meer van gemaakt. Opa Gerhardus Henderikus Alting kreeg overigens als troostprijs (of als goedmakertje?) ten slotte toch nog een kleindochter Gerharda.

Van andere families is mij bekend dat in voorkomende gevallen de grootouders soms beledigd weigerden om naar de doopdienst te gaan of achter in de kerk bleven zitten en nadien regelrecht naar huis vertrokken, zonder het poppe-slokje te nuttigen.

 

Nog een voorbeeld:

Mijn overgrootmoeder Eva 'Sijbrands' Toxopeus-Nijhoff *1853 werd door haar grote kinderschaar (10 in getal) acht keer benoemd.

Vijf keer met als eerste voornaam Eva en drie keer met als tweede voornaam Eva.

Oma Eva was nogal naamziek, waardoor zij tussen deze acht kleinkinderen onderscheid maakte.

Bij een zondagsbezoek aan opa en oma was het gebruikelijk dat de kindertjes iets lekkers of een zakcentje kregen.

De eerstbenoemde Eva's kregen soms iets extra's terwijl Oma Eva tegen de andere 3 kleinkindertjes Aaltje Eva, Dettina Eva en Nomkea Eva best durfde te zeggen:

Ga jij maar naar je eigen oma! (waar zij dan als eerste voornaam naar waren genoemd).

De kinderzieltjes moesten ook toen al lijden.

 

In hoofdstuk 3.2, pagina 29 van het familieboek Het Geslacht Toxopaeus worden de ongeschreven wetten van de naamgeving behandeld.

Bij het volgende voorbeeld zien we dat de vier grootouders eerst keurig op een rij worden benoemd en dan begint men aan de grootmoeder van moederszijde: Anje Arends (Gen.Vf).

 

Berend Jacobs Lesterhuis *1725, zn. van Jan Berents Lesterhuis en Eje Wietes, trouwt in 1744 te Nieuwolda met Trijntje Redmers *1727, dr. van Redmer Aysses en Geeske Johannes Toxopaeus.

Kinderen o.a.:

         1. Jan Berends *1745

         2. Geeske Berends *1747

         3. Reddemer Berends *1748

         4. Eje Berends *1751

         5. Anje Berends Lesterhuis *1752

    6-10. nog eens weer Reddemer, Geeske, Jan en Redmer omdat de eerder genoemde kinderen jong zijn overleden.

        

Indien de vader of een grootouder kort voor de geboorte van een kind overleed dan werd vaak van de regel afgeweken en werd vader of grootouder benoemd.

Bij overlijden van moeder in het kraambed werd het pasgeboren kind naar haar vernoemd.

Soms werd de naam naderhand alsnog gewijzigd zoals bij mijn overgrootvader Meentjo Toxopeus, die bij zijn geboorte op 16 december 1847 met de voornaam Wubbo was bedacht en na het overlijden van zijn moeder Meentje Roelfs Buiskool - 9 dagen later - als Meentjo werd ingeschreven.

Afwijkingen van de regels kwamen ook voor als een te benoemen grootouder een boerderij of geld had gegeven aan het gezin.

Een ongehuwde oom 'met geld' viel bij benoeming vaak in de prijzen en was ook eerder aan de beurt.

Toen gold al: 'Geld dat stom is, maakt recht wat krom is'.


 Begin 19e eeuw werd door Napoleon het gebruik van geslachtsnamen algemeen verplicht gesteld.

Maakte men nog geen gebruik van een geslachtsnaam zoals bij predikanten en rijke vooraanstaande families al wel gebruikelijk was, dan koos men er dikwijls een die verband hield met het beroep dat men uitoefende zoals Boer, Boerma, Boerema, Bakker, Slagter. Ook namen, afgeleid van de herkomst van een geslacht (een land, provincie, stad of dorp zoals Den Hollander, Drent, van Meeden, van Amerongen) waren in trek.

f men beschouwde Napoleon's wetten als voorbijgaande nieuwlichterij en maakte er een grapje van. Zo werden de nazaten opgezadeld met vieze geslachtsnamen waarvan ik geen voorbeelden zal geven omdat er ook jeugdige lezertjes zijn.

Uw fantasie zal ongetwijfeld toereikend zijn.

 

Families die trots waren op hun geslachtsnaam en waarvan - door gebrek aan mannelijke nakomelingen - hun geslachtsnaam dreigde uit te sterven maakten later van de mogelijkheid gebruik om deze geslachtsnaam toch in hun nakomelingen voort te laten leven.

Zij deden dit door de kinderen steeds als laatste vrnaam deze geslachtsnaam te geven (b.v. Beekman Ockels) of de naam erbij te kopen zoals men toen zei (het kostte een paar centen, maar dan had je ook wat), waardoor de geslachtsnaam uit twee namen ging bestaan (b.v. Buiskool Toxopeus, Copinga Wollerich, Tebbens Torringa).

 

De ongehuwde en kinderloze schrijver van dit kolommetje acht het onjuist om over alle bovengenoemde moderne verschijnselen zijn oordeel te vellen.

De paus bemoeit zich tenslotte soms ook geheel ten onrechte met spelregels, terwijl hij het betreffende spel niet zelf beoefent.  

Maar dit terzijde.

 

Het afwijken van de oude benoemingsregels en ook de huidige vrijheid van ouders om zelf te kiezen welke achternaam (van de vader of de moeder) het kind zal dragen maakt het er voor toekomstige familiegeschiedschrijvers niet eenvoudiger op.

 

 

 

 

 

 








Tranen over Oterdum

 

Naar aanleiding van artikelen en televisieprogrammas die de laatste jaren zijn gewijd aan de ontruiming van de dorpen Weiwerd, Heveskes en Oterdum in de jaren zestig van de vorige eeuw, wil ik ten behoeve van de lezers van de Nieuwsbrief hier toch (nog) enkele opmerkingen maken. Het zijn persoonlijke ervaringen en gedachten die ik wil toevoegen om het beeld dat dreigt te ontstaan wat recht te trekken.

 

Tijdens mijn bezoeken aan en in correspondentie met naamdragers Toxopeus en hun aanverwanten ten behoeve van de genealogie, kwamen de ontruimingsperikelen regelmatig ter sprake, waarbij het opviel dat de direct betrokkenen - dus diegenen die daar zlf hadden gewoond en gewerkt - er destijds vaak heel anders tegenaan hadden gekeken dan men gemeenlijk nu doet.

 

De grote landbouwers vonden rond de genoemde dorpen hun broodwinning en woonden er redelijk riant in royale vooreinden van hun grote boerderijen.

In de tegenwoordige tijd kijken de toenmalige bewoners daar nu ook anders tegen aan; men maakt van een dergelijk voorhuis nu een restaurant en/of trouwgelegenheid en woont zelf in de moderne geriefelijke bungalow ernaast.

 

Maar de behuizingen van anderen liepen qua comfort zeer uiteen. Als men de fotos in het gedenkboek van de Verdwenen Dorpen*)  bekijkt, dan valt het op dat het wonen daar vaak geen pretje moet zijn geweest.

Schamele huisjes, soms met dunne eensteens muren, tochtige dakbedekking, klein, geen douche - laat staan een badkamer - en de plee ergens achter in de tuin met een strontton er onder, die regelmatig geleegd moest worden.

In feite was het daar na de 2e wereldoorlog een achtergebleven gebied geworden.

 

Zelf heb ik in 1944-45 in de voormalige kosterij van Weiwerd gewoond en wij hadden een plee (mt ton) n het achterhuis. Een luxe.

In mijn eerste lagere schooljaar in Weiwerd leerde ik lezen met het aap-noot-mies plankje en het schrijven ging nog met een griffel en lei (leuk quizvraagje voor de huidige jeugd: Wat was dat?).

In mijn tweede schooljaar in Farmsum kwam pas de kroontjespen.

Tegen Pasen met de foekerommelpot lopen was in Weiwerd - als een van de weinige dorpen in het Oldambt toen ook nog gebruikelijk.


In de loop der jaren was het aantal werknemers bij een boer door de mechanisatie geminimaliseerd, het aantal kleine middenstanders verminderde sterk en de inwoners moesten elders werk zoeken, wat er echter niet was.

 

Is het een wonder dat het grootste deel van de bevolking uitzag naar een verbetering van hun werk-, woon-, en leefomstandigheden en de negatieve kanten - het verdwijnen van het oude - bagatelliseerde als niet direct van levensbelang?

 

Zonder iets aan de verdiensten van mevrouw mr. Jenny Toxopeus Pott (raadslid van Delfzijl) af te doen, had zij destijds natuurlijk wel gemakkelijk praten.

Des zomers op de boerderij wonen en in de winter als het in Oterdum te guur, kaal en koud was, resideren in Hotel De Doelen in Groningen, dat van alle gemakken was voorzien.

 

Nagenoeg alle inwoners van de Drie Dorpen gingen er door de industrile ontwikkelingen op vooruit.

Werknemers kregen werk of nieuw werk en een nieuwe woning; de landbouwers een nieuwe boerderij in bijvoorbeeld de IJsselmeerpolders en menigeen kreeg een leuke bedrijfsschade- of verhuisregeling.

 

Dat de negatieve aspecten nu - zoveel jaren later - eenzijdig positief en als belangrijk worden belicht doet mij me wel eens afvragen:

 

Schreit men nu krokodillentranen?

 

Velen zullen het mee mij eens zijn dat er zaken anders geregeld hadden kunnen en moeten worden.

Hierbij denk ik bijvoorbeeld aan de verhuizing van de overledenen naar elders en de te snelle ontwikkeling van industriegronden, maar dat valt onder het kopje:

 

Achternoa koakeln de hounder!

 

 

Bert.

Groningen, januari 2005.

 

 

 

*) Weiwerd, Heveskes, Oterdum, de verdwenen dorpen van de Oosterhoek, 1991.

 

 

 

 

 

 

 








 

                              

 

       Hero Boyen    

    

                                                                                                                                         

        Wapen van Hero Boyen           

  met huismerk en halve adelaar

                (zwart op goud)

 

 

 

                                                        

In de Toxopeus-Nieuwsbrief van 2005 wordt verteld over een van onze voorvaders Hero Boyen, die omstreeks 1550 in Greetsiel is geboren en tussen 1614 en 1625 overlijdt.

Hij is omstreeks 1570 getrouwd met Liure Gerlts Dyken, dochter van Gerlt Dyken, Erfgesetene te Greetsiel, en Ette.

Uit dit huwelijk zijn dan drie (thans in 2010: vier) zonen en vijf dochters bekend.

 

In 2005 schrijf ik u - als lezer van de Nieuwsbrief van de Stichting G.A. Toxopeus 1852 - dat u zich mogelijk af zult vragen waarom een artikeltje over Hero Boyen wordt geschreven, met onder andere de volgende tekst:

 

In Het Geslacht Toxopaeus 1576-2000, Hoofdstuk 6 Onze voorouders in Oost Friesland op pagina 61 e.v., wordt Hero Boyen vermeld als echtgenoot van Liure Gerlts Dyken, en opgevoerd als vader van Houwke Heres Boyen en als grootvader van Geeske Johans Fewen, echtgenote van onze stamvader ds. Lubbertus Toxopaeus.

 

Genealogische stemmen hebben laten vernemen dat Houwke Heres Boyen, die omstreeks 1552 geboren moet zijn (moeder van Geeske), en getrouwd is met Johan Fewen gn dochter zou kunnen zijn van Hero Boyen.

 

Aangezien de genealogische stemmen helaas niet aangeven hoe het dan wel zou moeten of kunnen, heb ik getracht een verklaring te vinden, waarvan ik de redenen hier niet alle zal herhalen.

Mijn voorlopige conclusie in 2005 is dat Houwke Heres Boyen een voorkind van Liure Gerlts Dyken moest zijn geweest en Hero Boyen dus haar stiefvader.

 

Het artikel in de Nieuwsbrief heb ik in 2005 ook op mijn website geplaatst in de hoop dat er reactie op zou komen.

Het heeft even geduurd, maar na 5 jaar komt een zeer verhelderende reactie van mevrouw Hilda Bruns uit Canum (O.Frl.), waarvoor onze grote dank.

 

Aangezien zij ook verbindingen heeft met Hero Boyen en Johan Fewen, stelt zij mij over deze familie enkele vragen en bericht mij dat zij uit een betrouwbare bron (Gretje Schreiber) over Hero Boyen kan vertellen:

 

 Hero Boyen wurde um 1536 geboren.

 

Hij is namelijk op 16 juni 1574 getuige in een Reichskammergerichtsprozes tussen Claus Freese in Uttum en de Gravin Anna van Ostfriesland, en zegt dan over zichzelf:

 

(er) 'sey ein Hauman in der Griete.

Ehr sey bey 38 Jahren alt und sey das Seinig wol 2000 Thaler werth'

 

En drop hebben we gewacht.

 

Zowel professor J. Ensink in Hero Boyen, East-Frisian farmer and politician, als vele andere genealogen hebben op diverse gronden steeds aangenomen dat Hero Boyen omstreeks 1550 was geboren, wat nu onjuist blijkt te zijn.

De persoonlijke verklaring van Hero Boyen maakt duidelijk dat hij niet de stiefvader, maar toch de echte vader van Houwke Heres Boyen is geweest. Hij zal dan niet omstreeks 1570, maar omstreeks 1553 getrouwd zijn met Liure.

 

Tot slot een vereenvoudigde opstelling van de nakomelingen van Hero Boyen zoals we nu mogen aannemen:

 

 

1.        Hero Boyen geb. omstreeks 1536, 'in de Griet', erfgezetene te Greetsiel, trouwt omstreeks 1553 met Liure Gerlts Dijken, geb. omstreeks 1535, Greetsiel, (dochter van Gerlt Dijken en Ette) overleden in 1620. 

           Hero overlijdt mogelijk vrij kort na 1615 als er daarna niets meer van hem wordt vernomen.

           In ieder geval is hij in voor 1625 overleden. 

 

                                    Kinderen:

               2.         i       Houwke Heres Boyen geb. omstreeks 1553.

                            ii      Boye Heren.

                            iii     Aggo Heres Boyen landbouwer te Greetsiel. 

                            iv      Gerlacus Heres Boyen, secretaris raad van Emden, overleden 8 Jan 1638, ws. te Emden. 

                            v       Frouwe Heres Boyen.

                            vi      Thijsse Heres Boyen, alias:Thydde.

                            vii    Hiske Heres Boyen.

                            viii   Ide Heres Boyen

                            ix     Sywerke Heres Boyen geb. omstreeks 1575.

 

Tweede Generatie

 

2.        Houwke Heres Boyen geb. omstreeks 1553, trouwt omstreeks 1571 met Johan Fewen, geb. omstreeks 1550, landbouwer te Larrelt, overleden tussen 1620-'22. 

 

                                    Kinderen:

                            i       Fewe Jansen geb. omstreeks 1572, Larrelt. 

                            ii      Roelf Jans Fewen geb. omstreeks 1573, Larrelt, landbouwer te Larrelt, overleden 4 Feb 1649, Larrelt, begraven in de kerk van Larrelt. 

                            iii     Geeske Johans Fewen geb. omstreeks 1574, Larrelt, trouwt omstreeks 1600 te Larrelt met ds.Lubbertus Toxopaeus, geb. omstreeks 1576, Schttorf, overleden 3 Jul 1661, Larrelt, begraven in de kerk van Larrelt. 

                                    Geeske overleed 25 Aug 1657, Larrelt, begraven in de kerk van Larrelt.

                            iv      Eppe Jans Fewen geb. omstreeks 1580, Larrelt, trouwt (1) omstreeks 1602 te Scheemda met Edsart Doedens, geb. omstreeks 1575, (zoon van Doede Edzarts en Hemme) landbouwer te Scheemderzwaag, overleden omstreeks 1613, en trouwt (2) 19 Mei 1620 te Scheemda h.c.met Pieter Everts, geb. omstreeks 1580, Eexta, (zoon van Evert en Claesken Doens) landbouwer te Scheemderzwaag.

                                    Hoewel Johan Fewen wel optreedt als getuige voor Eppe, is er nog geen vaststaand bewijs gevonden dat hij werkelijk haar vader is.

                                    De namen van haar thans bekende kinderen:Haijke, Nantko, Doetien en Poppo, bevestigen dit helaas ook niet.

                            v       Lientien Johans Fewen geb. omstreeks 1588, Larrelt, trouwt (1) 15 Okt 1622 te Scheemda h.c. met Ubbo Epckens, geb. omstreeks 1585, (zoon van Epcko Nanckens en Eeuwe Ubbens) vaandrig te Scheemda, en trouwt (2) 24 Aug 1637 te Scheemda h.c. met  Pieter Everts, geb. omstreeks 1580, Eexta, (zoon van Evert en Claesken Doens) landbouwer te Scheemderzwaag.

 

 

Bovenstaande ervaring geeft aan dat het zeer wel mogelijk dat we ooit ook eens bij toeval de ouders van ds. Lubbertus en ds. Henricus Toxopaeus op het spoor komen.

Aangezien beide broers een dochter Leentje (Magdalena) hebben, zou hun moeder een Leentje geweest kunnen zijn.

 

Mevrouw Hilda Bruns draagt met betrekking tot Johan Fewen nog enkele suggesties aan, omdat in zijn familie k Leentjes voorkomen.

Een onderwerp voor een volgend onderzoek en mogelijk een artikeltje in de Nieuwsbrief.

 

Genealogie eindigt nooit.

 

December 2011.

 

 

 

 

 

 

 

 




   

Copyright 2016 Bert Blaauw

Create a Free Website